|
Examenwoord |
Betekenis |
|
|
|
|
aanleiding, de |
de directe reden om iets te gaan doen |
|
aansluiten bij |
passen bij |
|
aantonen |
laten zien, bewijzen |
|
Iemand aanzetten tot |
iemand aansporen om iets te doen |
|
(iets) afleiden uit |
(iets) uit gegevens concluderen |
|
argument, het |
waarom je iets vindt, reden voor je mening |
|
afzwakken |
minder sterk worden of maken |
|
baseren op |
waar je van uitgaat, hoe je tot een mening komt |
|
benadrukken |
extra aandacht leggen op iets |
|
blijken |
duidelijk worden, duidelijk zijn |
|
citeren |
een zin of de woorden van een ander letterlijk zeggen of opschrijven |
|
commentaar, het |
reactie |
|
definitie, de |
beschrijving, omschrijving |
|
effect, het |
gevolg van iets |
|
functie, de |
waarvoor iets dient, taak of doel dat iets heeft |
|
gestelde, het |
dat wat gezegd is |
|
gevolg, het |
iets wat komt door een gebeurtenis |
|
goedlopend |
prettig leesbaar, grammaticaal juist |
|
inhoud, de |
alles wat in een tekst staat |
|
interpunctie, |
leestekens, zoals punten en komma's |
|
kenmerk, het |
eigenschap, hieraan kun je iets of iemand herkennen |
|
maximaal |
hoogstens, op zijn hoogst |
|
motief, het |
reden waarom je iets doet |
|
oorzaak, de |
waardoor iets gebeurt of ontstaat |
|
opmaak, de |
hoe je de tekst over een bladzijde verdeelt |
|
(iets) opmaken uit |
iets begrijpen uit iets anders |
|
opvatting, de |
mening |
|
samenhangend |
met logische verbanden (bijv. tussen zinnen) |
|
standpunt, het |
mening, hoe je over iets denkt |
|
schetsen |
kort beschrijven hoe iets is of hoe het zou moeten worden |
|
steekwoorden, de |
losse woorden die het belangrijkste van een zaak aangeven |
|
stellen |
zeggen dat het zo is |
|
systeem, het |
bepaalde manier waarop iets is opgezet of georganiseerd |
|
tegenspreken |
zeggen dat iets niet waar is |
|
telegramstijl, de |
heel korte manier van opschrijven, met onvolledige zinnen |
|
toelichting, de |
uitleg of voorbeelden om iets duidelijk te maken |
|
uitwerken |
precies beschrijven |
|
verband, het |
samenhang, wat zaken met elkaar te maken hebben |
|
verklaren |
uitleggen |
|
verklaring, de |
zeggen hoe iets in elkaar zit of hoe iets komt |
|
verwijzen naar |
naar iets anders wijzen, bijvoorbeeld naar een woord, zin of andere tek |
|
volledig |
geheel, compleet |
|
volzin, de |
lange, goed opgebouwde zin |
|
voorkomen |
ervoor zorgen dat iets niet gebeurt |
|
Voornaamste, het |
belangrijkste |
|
(een) vooruitblik geven |
iets zeggen over wat er komt |
|
voorwaarde, de |
eis, iets wat moet gebeuren |
|
vorm, de |
hoe iets eruit ziet |
|
weergeven |
laten zien, laten horen |
|
weerleggen |
aantonen dat de mening of het argument van de ander niet juist is |